Veelgestelde vragen

Waarom bent u thrillers gaan schrijven?

Eerst wil ik een strip over dokter Sigmund, getekend door Peter de Wit, citeren. Een man zegt tegen dokter Sigmund: 'Ik schrijf dikke boeken zonder humor, spanning of plot.' 'Gewoon literatuur dus,' zegt Sigmund. 'Ja,' reageert de man, 'Maar dat klinkt zo lullig.'

Het zal duidelijk zijn. Ik houd zelf van boeken met humor, spanning en zoiets als een plot. Dat hoeven niet per se misdaadboeken te zijn. Veel 'gewone' literatuur is ook spannend. Zelf ben ik 'opgegroeid' als lezer van die gewone literatuur. Ik studeerde Nederlands en heb ook als leraar op een middelbare school gewerkt (in Hilversum). Ik zat in een vriendenkring van studenten die vrijwel allemaal schrijfambities hadden, en begin jaren zeventig publiceerde ik korte verhalen en zelfs gedichten in literaire tijdschriften als Hollands Maandblad en Maatstaf. Door persoonlijke omstandigheden (onder meer een full time baan op de Universiteit Utrecht) kwam ik weinig toe aan schrijven, maar min of meer door toeval werd ik bespreker van misdaadliteratuur voor NRC Handelsblad. Ik wist weinig van het genre, maar dat betekende dat ik er juist fris tegenover stond. Dat werk heb ik gedaan van 1976 tot 1986.

Al recenserende ontdekte ik een bepaald type misdaadliteratuur dat ik daarvoor niet kende en dat ik heel interessant vond, met name de boeken van Patricia Highsmith en Ruth Rendell; het subgenre van de psychologische thriller. Na mijn eerste Patricia Highsmith (ik meen Deep Water) dacht ik al: als ik ooit een misdaadroman ga schrijven, is het zo'n soort boek. In de loop van 1985 kreeg ik inderdaad het idee voor een thriller, en dat is Handicap geworden, mijn debuut. Ik ben toen opgehouden met het bespreken van misdaadromans omdat de combinatie van zelf schrijven en boeken van collega's recenseren me niet aantrekkelijk leek (en lijkt). Dat boek is meteen (heel) goed ontvangen. Ik was – in mijn eigen ogen tenminste – de eerste auteur van psychologische thrillers in Nederland. Omdat ik merkte dat ik er goed in was, heb ik me bij dit genre gehouden.

Omdat mijn boeken dicht tegen de 'echte', 'hogere' literatuur aanzitten – dat wordt ook vaak in besprekingen opgemerkt – vragen mensen mij nog wel eens of ik geen gewone roman wil schrijven, dus echte literatuur wil maken. Nee, dat wil ik dus niet. Ten eerste zijn er al zo ontzettend veel literaire auteurs en waarom zou ik een concurrentiestrijd met hen aangaan? Ten tweede blijkt mijn kracht juist te liggen in het schrijven van misdaadromans en ik zou wel gek zijn als ik iets anders probeerde. Tenslotte zit achter de vraag toch ook nog altijd het idee dat je als schrijver wel echte literatuur moet willen schrijven, dat dat het hoogste is. Van daar is het nog maar een klein stapje naar een zekere mate van minachting voor het misdaadgenre, dat vooral pulp zou bevatten. Ik wil juist proberen dat misdaadgenre op te krikken, meer status te geven.

U heeft ook twee spannende kinderboeken geschreven. Wat is moeilijker, schrijven voor kinderen of voor volwassenen?

Ik vind het moeilijk om hier een bevredigend antwoord op te geven. Het schrijven van een boek voor kinderen is in ieder geval een makkelijker karwei, omdat zo'n boek over het algemeen korter is dan een boek voor volwassenen. Daartegenover staat weer dat ik me als volwassene moet zien in te leven in de wereld van kinderen: wat vinden ze leuk, wat vinden ze spannend? Je hebt dan snel de neiging om te simpel, te kinderachtig te gaan schrijven, of om het anders te zeggen: op je hurken te gaan zitten. Het schrijven van een boek voor volwassenen is voor mij ook eenvoudiger omdat ik veel onderwerpen voor een thriller klaar heb liggen. Voor kinderboeken is dat niet het geval. Ik ben niet zo'n soort schrijver die zegt: 'Ik wil een boek schrijven voor de categorie 10+. Nu moet ik daar een verhaal voor gaan zitten bedenken.' Nee, ik heb een thema of een onderwerp in mijn hoofd, vervolgens ga ik nadenken over een verhaal, en dan zie ik wel in welke leeftijdscategorie het past.

Het schrijven van een 'kinderthriller' is overigens ook lastig omdat het moeilijk is om kinderen bij misdaad te betrekken, zeker als het om moord of iets dergelijks gaat. Het kan natuurlijk wel, maar het is toch een extra probleem.

Welke maatschappijvisie zit er in uw boeken?

In mijn boeken probeer ik niet een bepaalde maatschappijvisie uit te dragen. Met andere woorden, ik heb geen ‘boodschap’ voor de lezer. Wat ik graag wil, is mensen laten zien wat er mis kan gaan in allerlei sociale relaties, dat mensen lang niet altijd eerlijk zijn, dat ze zich anders gedragen dan ze zelf voorwenden, enz. Daarom worden mijn boeken vaak ‘psychologische thrillers’ genoemd: het gaat erom wat er met mensen gebeurt, hoe ze veranderen en welke effecten dat heeft voor hun dagelijks bestaan. In mijn boeken zal je dan ook weinig ‘harde actie’ tegenkomen: de manier waarop mensen elkaar behandelen, manipuleren of bedriegen gaat vaak langs subtiele wegen. Ik wil dat soort dingen graag in een spannend verhaal proberen te vangen, zodanig dat lezers zichzelf (of hun naasten en bekenden) er ook in kunnen herkennen.

Wie zijn uw favoriete auteurs?

Eigenlijk heb ik vooral favoriete boeken, maar als ik toch auteurs moet noemen, dan zijn dat (in die volgorde) Ruth Rendell en Patricia Highsmith. Rendell is de grootmeester, de koningin van de psychologische thriller. Daarnaast schrijft ze ook politieromans met een vaste hoofdpersoon (Reginald Wexford), maar haar beste boeken zijn haar psychologische thrillers, waarvan sommige zijn gepubliceerd onder de naam Barbara Vine. Rendell heeft een paar onovertroffen kwaliteiten. Ten eerste weet ze, hoe bizar de situatie ook mag zijn, haar karakters steeds geloofwaardig te maken. Ten tweede slaagt ze erin om bijna elke keer een verrassende, nieuwe entourage voor haar boeken te creëren, waarin vaak de traditionele Britse klassentegenstellingen een belangrijke rol spelen. Ten derde is ze zeer goed in het opzetten van een dreigende sfeer, waarbij het weliswaar lang gissen blijft naar de komende gebeurtenissen, maar waarbij één ding zeker is: dit loopt uit de hand, dit gaat ernstig fout. Nog een laatste punt in Rendells voordeel: ze kan met één of twee zinnen perfect een personage schetsen, zodat je als lezer hem of haar meteen voor je ziet. Daardoor begrijp je als lezer ook veel beter waarom zo'n personage de dingen doet die hij of zij doet. De beste boeken van Rendell zijn, wat mij betreft: A Judgement in StoneThe Lake of Darkness,  A Tree of Hands en Live Flesh.

De enkele jaren geleden overleden Highsmith bezat een groot deel van de eigenschappen die ook zo kenmerkend zijn voor Rendell, maar ze was iets minder in het opzetten en uitwerken van een verrassende intrige. Bij Highsmith gaat het zelfs nog in iets sterkere mate om de psychologische, of eigenlijk psychopathologische ontwikkeling van de karakters. Haar latere boeken lijden dan ook aan een tamelijk grote mate van traagheid, alsof ze zelf niet goed meer wist welke kant het verhaal op moest. Haar vroegere boeken horen tot mijn favorieten, met name Strangers on a train (doorAlfred Hitchcock verfilmd, maar het boek is beter dan de film), Deep Water en This Sweet Sickness.

Een aantal van de psychologische romans van Georges Simenon – in feite psychologische thrillers – staan ook hoog op mijn lijstje. Ik denk bijvoorbeeld aan Grote Bob en het huiveringwekkende De blauwe kamer

Binnen het misdaadgenre ben ik gek op de boeken van de reeds geruime tijd geleden overledenCharles Willeford, een schrijver uit de zogenaamde Florida-school, maar met een zeer eigen en eigenzinnige stem. Veel van zijn boeken hebben als hoofdpersoon een rechercheur uit Miami: Hoke Moseley. Willeford is er vooral goed in om een verhaal maar door te laten zeuren en dan plotseling te zorgen voor een treffende of heftige gebeurtenis, observatie of uitspraak. Zijn beste boek is Miami Blues. Elmore Leonard, eveneens uit de Florida-school, behoort ook tot mijn favorieten. Hij schrijft harde, directe boeken, vaak vanuit het perspectief van (kleine) misdadigers die klem komen te zitten tussen de politie en grotere misdadigers. Zijn dialogen worden (terecht) veel geroemd. Hij schrijft een soort spreektaal, trouwens ook te vinden bij Willeford, dat je bij Nederlandse auteurs nooit tegen zou komen. Beste boek: Stick (misschien wel omdat ik daarmee, zoals zovelen, Leonard 'ontdekte').

Verder heb ik ook een aantal favoriete boeken, zoals A Perfect Spy van John le Carré of A Simple Plan van Scott Smith.

Ik hoor de vraag al: en hoe zit het dan met Nederlandse misdaadromans? Echte topfavorieten heb ik niet binnen het Nederlands taalgebied, maar voor mij is wel duidelijk dat het misdaadschrijven de laatste twee decennia duidelijk aan kwaliteit heeft gewonnen. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan boeken van Tomas Ross (De honden van het verraad), Gerben Hellinga (Merg en been) en Jef Geeraerts (De zaak Alzheimer).

Ten slotte: ik lees ook veel 'gewone' literatuur, met een grote voorkeur voor boeken met een sterk verhaal. Ik zou tientallen boeken op kunnen sommen, maar ik volsta met de volgende:

Mary McGarry Morris, Vanished
John Updike, De Rabbit-cyclus
Graham Swift, Last orders
Ian McEwan, The child in time
David Vogel, Huwelijksleven
Frank Martinus Arion, Dubbelspel
Louis Paul Boon, Mijn kleine oorlog