Adriaan van Dis neemt het eerste exemplaar in ontvangst

5 november 2018

Tijdens de feestelijke presentatie van Dansen in het donker reikte René Appel het eerste exemplaar van zijn nieuwe boek uit aan niemand minder dan Adriaan van Dis. Deze nam het exemplaar gepaard met mooie woorden in ontvangst:

 

‘Dansen in het Donker is een roman over Loyaliteit. Over onderling verknoopte mensen die dicht op elkaar maar toch langs elkaar leven. Ze praten wel, maar zeggen niet wat hen dwars zit. Ze verlangen naar vuur in hun leven… But: you can’t start a fire without a spark! Woorden uit het lied van Bruce Springsteen: Dancing in the dark.

The spark biedt René Appel: And worlds are falling apart.

Zijn Dansen in het donker is een bloedspannend boek!

Of moet ik zeggen: zieke shit! Want zo zouden de jónge karakters uit Dansen in het donker het avontuur waarin ze zelf een rol spelen zeker noemen. Onze autoriteit groepstalen kon het niet laten de karakters in zijn roman zo sprekend in te voeren dat we ook kennis maken met het taalgebruik van verschillende sociale milieus: straattaal, docententaal, agententaal. Ieder karakter krijgt in Dansen in het donker zijn eigen stemkleur. De René Appel van de Taalstaat heeft niet alleen een ontledende pen maar ook goede oren.   

 

Ondanks de spanning is Dansen in het donker geen thriller- al maakt de schrijver vakkundig gebruik van cliffhangers, suggesties, halve woorden (zonder goede verstaanders) en wisselende vertelperspectieven. Er vallen ook lekker veel doden.

Wat heet: tegen het eind van de roman tel ik grofweg vijftig lijken!

Is het dan een oorlogsroman?

Neen, maar het bevat wel de ingrediënten van de burgeroorlog die ons mogelijk te wachten staat.

 

Hoe prijs ik een pageturner aan zonder iets te verklappen?  

Laat ik niet de daden van de personen beschrijven maar de grote gevoelens die hen drijven. Ik noemde Loyaliteit. Of laat ik een eenvoudiger woord kiezen: Trouw. En voeg daaraantoe: Ontrouw. Want het een kan niet zonder het ander: de ontrouw van een getrouwde vrouw die vreemdgaat. Maar ook de trouw van diezelfde vrouw aan haar bedrogen echtgenoot. (Een echtgenoot die het loodje legt.) Trouw ingegeven door schuld. De moeder is loyaal aan haar kinderen… maar hoe ver moet zij daarin gaan? Is het onder bepaalde omstandigheden niet beter je eigen ontspoorde kind te verraden (bij de politie aan te geven) om het te verlossen van een niet te torsen schuldgevoel? Maar hoe schuldig voelt een moeder zich dan? Dansen in het Donker gaat ook over de trouw van een afgewezen minnaar. Of noem het de trouw van een stalker aan zijn obsessie. 

En dan hebben we nog de Trouw van een bekeerling aan een leemte vullend geloof.

Allemaal vormen van trouw… Met desastreuze gevolgen. 

 

Zoals ik al aanstipte: Dansen in het Donker is ook een roman over taal. Maar dan over de onmogelijkheid om behoorlijk met elkaar te communiceren. Vrijwel geen karakter kan zeggen waar het op staat, wat hem of haar dwars zit. Niemand vraagt door of eist opheldering van zaken. De karakters laten het bij een enkel woord, een zucht, een halve zin en…  Als lezer wil je bijna ingrijpen: zeg wat! Vraag wat! Doe iets! Maar nee hoor… Appel laat ze virtuoos zwijgen, denken, monkelen. Ergernis zaaien is ook een literair talent.

Hadden de karakters zich naar behoren geuit dan was Dansen in het donker een kortverhaal geworden.

Het is de onmogelijkheid om te praten die kracht geeft aan het drama. En dat weet Appel meesterlijk op te schrijven.’