www.reneappel.nl, alles over de Nederlandse schrijver René Appel. Op deze site leest u alles over zijn leven en zijn werk d.m.v. fragmenten, recensies, artikelen en interviews.
Weerzin
Midprice, 296 blz.
Ca. € 12,50
ISBN 978 90 414 1589 9

Paperback, 296 blz.
Ca. € 19,95
ISBN 978 90 414 1155 6
Hotelmanager Niels Hulzeboom is gelukkig getrouwd,maar als hij hopeloos verliefd wordt op zijn nieuwe assistente zet hij alles op het spel. Bovendien zijn er financiële problemen rond het hotel die de crisis verergeren.Hij raakt verstrikt in emotionele conflicten en zakelijke ruzies. Dan begaat hij een cruciale fout.

Weerzin is de nieuwe, zeer geladen en intens spannende misdaadroman van René Appel, de Nederlandse grootmeester van de psychologische thriller. Ook in deze roman draait alles om personen die zich onvermijdelijk en op herkenbare wijze in de nesten werken. Eén verkeerde stap is voldoende om een reeks gebeurtenissen in werking te zetten, die uiteindelijk fataal blijken te zijn.

Weerzin is nog niet vertaald.
‘Shit, shit, shit!’ Niels wilde zijn mobieltje op het bureau gooien, maar het gleed op de grond. ‘Verdomme!’ Eerst had hij nauwelijks iets begrepen van wat Harry brabbelend, haperend en stotterend vertelde. Hij ving alleen de woorden ‘man… bad… dood… overstroming… kamer 414’ op. Maar al snel werd duidelijk dat een van de dingen die Niels het meest vreesde het hotel had getroffen, terwijl hij het toch al druk genoeg had met het opstellen van de nieuwe aanbiedingen, de nieuwe berekening van de kamerprijzen voor Weekendjeweg, en hij nog steeds zonder assistente zat.
Hij moest nu meteen naar boven. Natuurlijk was het zijn verantwoordelijkheid niet – Harry deed tenslotte de security – maar in dit soort gevallen was zijn aanwezigheid absoluut noodzakelijk. Iedereen beschouwde hem vanwege zijn ervaring en de status die hij bij Marit had immers als ‘de tweede man’.
Niels stapte in de lift. Twee gasten voerden fluisterend een gesprek, waar hij niets van verstond. Het verhaal ging misschien al door het hotel, net als het water dat van boven een weg naar beneden had gezocht.
De deur van 414 was uiteraard dicht. Hij klopte, omdat hij zijn loper vergeten was.
Van de naastgelegen kamer ging de deur open. Een vrouw met grijs krulhaar, dat verwaaid zat alsof ze net een stuk had ge- fietst, stak haar hoofd naar buiten. ‘Wat is er gebeurd, mijnheer?’
‘Een probleempje met een gast, mevrouw. We zullen ervoor zorgen dat u er geen hinder van ondervindt.’ Hij knikte haar vriendelijk toe, terwijl de glimlach op zijn kaken bevroor.
Harry opende de deur van 414. Hij had een blik in zijn ogen alsof hij zelf een naast familielid had verloren.
‘Welke problemen, mijnheer?’ hield de vrouw aan.
‘Dat weten we nog niet precies. U hoort het later wel.’
Niels ging kamer 414 binnen. ‘Nieuwsgierig wijf,’ mompelde hij half binnensmonds.
Harry wees naar de badkamer. Er was een sloot water de kamer binnengelopen, die het tapijt donker kleurde. Moest waarschijnlijk helemaal vervangen worden. De komende week was deze kamer in ieder geval niet beschikbaar voor gasten. Ze sopten in de richting van de badkamer. Er was veel water naar beneden gestroomd. Godzijdank was 314 ook bezet, en die gasten hadden op een gegeven moment de uitbreidende vochtplekken op hun plafond in de gaten gekregen en naar de receptie gebeld.
‘Heb je verder al iemand gebeld?’ vroeg Niels.
‘112. Die zullen zo wel komen.’
Ze bleven in de deuropening van de badkamer staan en keken naar binnen. Harry had uiteraard de kraan dichtgedraaid. Niels moest zichzelf bijna geweld aandoen om zijn gezicht niet af te wenden. In eerste instantie zag hij alleen een homp bleek vlees in het roodgekleurde water drijven. ‘Polsen?’ vroeg hij.
‘Ja, waarschijnlijk een scheermesje.’
Niels pakte zijn mobieltje, toetste het nummer van de receptie in en vroeg naar de gast van kamer 414. Gisteravond had hij ingecheckt, iets na negenen. Eric van Dongen heette hij, voor zover ze konden nagaan was hij nooit eerder in Hotel Masthof geweest.
‘Waarschijnlijk speciaal hiernaartoe gekomen om er een eind aan te maken,’ zei Niels.
‘Had die klootzak dat niet ergens anders kunnen doen? Bij hem thuis bijvoorbeeld, voor de verandering.’
‘Misschien had-ie wel geen thuis.’
Ze stonden weifelend tegenover elkaar. Er was niets meer te doen totdat het ambulancepersoneel, een dokter en de politie er waren. De volledige optocht zou het hotel binnentrekken.
Niels liep naar de minibar. Met zijn zakdoek, om geen vingerafdrukken te maken, maakte hij het deurtje open. Zo te zien had Van Dongen er niets meer uit genomen. Zelfs geen stevige borrel om het afscheid van het leven draaglijker te maken.

Met twee rechercheurs – een blonde en een kale met een stoppelbaard – en Harry zat Niels in zijn kantoor.
‘Heeft u dit hier al eens eerder bij de hand gehad?’ vroeg de blonde politieman.
‘Een paar jaar geleden. Een springer. Van de vierde verdieping.’ De man bleek later paddo’s te hebben gebruikt. Hij had het raam opengeschoven en was zo naar buiten gedoken.
‘En zoals nu, in bad?’
‘Ja, één keer. Even denken… in 2001 of 2002. Die had het bad laten vollopen en de kraan dichtgedraaid. Zoals het hoort, zal ik maar zeggen. Hij was erin gestapt, en had zijn polsen opengesneden. Maar deze, met die kraan open…’
‘Misschien had dat wel een speciale bedoeling?’
‘Een bedoeling? Om het interieur van de kamer te verpesten zeker, en het plafond van de kamer daaronder.’
‘Het kan zijn dat-ie toch op tijd gevonden wílde worden, dat-ie…’
‘Op tijd gevonden?’ onderbrak Harry. ‘Wat nou op tijd? Hij was hartstikke dood, dan doet een uurtje eerder of later er niet meer toe.’
‘Ze zijn soms tegenstrijdig… dubbel, die mensen die er een eind aan willen maken.’ De rechercheur met het kale hoofd sprak met licht omfloerste stem. Een begrafenisstem, vond Niels. Hij vroeg zich af of hij naar de begrafenis van de man zou moeten gaan. Of Eric van Dongen familie had, misschien een vrouw en kinderen. ‘Aan de ene kant willen ze dat echt, ze verlangen ernaar,’ ging de politieman door, ‘maar aan de andere kant willen ze het juist niet, hopen ze soms dat ze gevonden worden voor het fatale moment. Maar goed, niemand mag voorlopig de kamer betreden totdat hij wordt vrijgegeven. Wie bemande eigenlijk gisteravond de receptie?’
‘Waarom is dat belangrijk?’ vroeg Harry.
‘Dat is vermoedelijk de laatste persoon geweest die met de heer Van Dongen heeft gesproken. Misschien dat hij of zij nog relevante informatie heeft.’
Niels belde naar de receptie. Fouad had gisteravond dienst gehad.
Buiten reden twee mannen in geel-groene pakken de draagbaar met het stoffelijk overschot naar de ambulance. Twee kinderen liepen er nieuwsgierig achteraan, maar bleven op eerbiedige afstand staan toen de draagbaar de auto in werd geschoven.

Marit had als enige een werkkamer op de hoogste verdieping, haar heiligdom. Verder waren er alleen enkele hotelsuites, die al lang niet meer de luxe uitstraling hadden van een jaar of tien geleden. Haar vader had het vroeger bedacht: de top van het hotel hoorde op de bovenste etage te zitten. Aan twee muren hingen portretten van hem; één schilderij en een foto. De foto was genomen bij de opening van het park, ruim vijfentwintig jaar geleden. Haar vader was nog maar achtenveertig jaar; hij keek vrolijk, optimistisch. Op de achtergrond stond het bord met masthof toprecreatie en je zag enkele cottages, die toen nog huisjes werden genoemd. Gelukkig had hij de huidige ontwikkelingen niet meer mee hoeven maken.
Ze zag de ambulance wegrijden. Afgezien van twee zelf- moordenaars kon ze zich nog een aantal andere sterfgevallen herinneren. Het hotel en het park als sterfhuis. Vorig jaar nog had een gast een fatale hartaanval gekregen. Meer dan tien jaar geleden was er een kind in het zwembad verdronken. ‘Toch moeten we verder,’ had haar vader toen gezegd met een door tranen verstikte stem. Dat had ze onthouden: toch moeten we verder. Het was haar leuze geworden en nu moesten ze dat ook: verder, misschien door ballast af te werpen.
Ze ging achter haar bureau zitten. Rakker werd wakker en gaf een jankerig blafje, alsof hij begreep dat er iets dramatisch was gebeurd. Honden hadden daar een antenne voor, daar was ze van overtuigd. Vrolijkheid sloeg snel op ze over, maar verdriet misschien nog eerder. Ze pakte een stukje chocola uit een bureaulade en stak het in haar mond. Heerlijk. Ze sloot even haar ogen. Het was een kwelling: alles wat lekker was, bleek ook slecht voor je te zijn. Ze nam nog een stukje, weerstond de neiging erop te bijten, en zoog het langzaam weg.
Op haar monitor bekeek ze de financiële resultaten van de laatste maanden en de prognoses voor het hele jaar. Huidige en toekomstige boekingen werden daarin meegenomen, en alles werd afgezet tegen de resultaten van de afgelopen vijf jaar. Het was onontkoombaar. Dit jaar zou vooral het park zwaar in de min raken. En dat zou het hotel mee naar beneden trekken. De vraag was hoe lang ze de energierekening kon laten liggen, hoe ze het personeel kon blijven betalen.
Het park was de ballast, terwijl er aan het hotel veel moest gebeuren, en daar was geld voor nodig. In feite was het park reddeloos verloren. Daar kon ze haar ogen niet langer voor sluiten. Het was onmogelijk om op te boksen tegen de grote ketens. Iedereen die iets wilde boeken, kwam meteen op hun website terecht. Masthof Toprecreatie? Nooit van gehoord. En top, hoe zo top?
Ze belde Niels, maar hij nam niet op.
Op de computer zocht ze de site van you2me/me2you. Ze vulde haar gebruikersnaam en wachtwoord in en keek of er nieuwe kandidaten op haar pagina stonden. Twee oudere, waar ze niets in gezien had, waren er nog niet af gehaald, ondanks haar negatieve reactie. Maar er stond een nieuwe bij. Hij zag er niet gek uit. Misschien een iets te rond hoofd, maar wel met een vrolijke glimlach. Ze klikte door op zijn profiel: Reinout Kistemaker, tweeënveertig jaar, logistiek manager bij een levensmiddelengroothandel, gescheiden, twee kinderen. Film kijken, sport, tv, lekker eten, strandvakanties stonden vermeld als zijn hobby’s. Via de resultaten van de persoonlijkheidstest waren ze aan elkaar gelinkt.
Eerdere dates, alle twee nog via Partner4U, waren teleurstellend geweest. De ene man wilde zo snel mogelijk met haar het bed in. De andere leek vooral op haar geld uit. Hij praatte maar door over de opbrengsten van het hotel. Een niet te onderdrukken gedachte kwam naar boven. Ze waren altijd minder dan Niels, de man die ze elke dag om zich heen had. Alleen niet op de momenten dat ze hem het hardst nodig had. Ze kende hem al zo lang. Toen hij nog maar kort in het hotel werkte, had hij haar in opdracht van haar vader tijdens schoolvakanties af en toe meegenomen voor uitstapjes. Artis, het Dolfinarium, de Efteling. Ze was toen een jaar of twaalf. Sommige mensen dachten dat hij haar broer was, een oudere broer die verrassend goed op kon schieten met zijn zusje.
Er werd op haar deur geklopt. Niels kwam binnen, alsof hij haar gedachtestroom had opgevangen. Marit klikte de website weg.
Ze praatten over het incident. Dit soort dingen kon je nooit voorkomen. Natuurlijk hadden ze het liefst gasten die zich keurig gedroegen, die netjes betaalden, dankbaar en vriendelijk waren, de kamer enigszins ordelijk achterlieten en bij voorkeur snel weer voor een paar dagen boekten
. ‘Maar je krijgt het niet altijd zoals je het hebben wilt,’ zei Niels.
Marit stond op en liep naar hem toe. Ze kon nauwelijks de neiging onderdrukken om haar vermoeide, zware hoofd op zijn schouder te leggen, zoals ze vroeger als ze in de trein naast hem zat wel had gedaan. Ze keek hem aan en meende een vonkje in zijn ogen te zien, een vonkje van… ja, waarvan? Ze moest zich niets inbeelden. Die ene keer, ze was nog maar net achttien, was een incident gebleven. Na een feestje in het hotel had hij haar naar huis gebracht. Bij de voordeur had zij in een opwelling haar armen om hem heen geslagen en had ze hem gezoend, met alle passie die ze in zich had. Eerst leek hij haar af te weren, maar toen zoende hij haar terug. Ze trok hem het huis binnen, waar ze op de bank belandden. De eerste keer dat ze seks had gehad, met Niels. Maar hij had kort daarna verkering met Liesbeth gekregen, trouwde met haar, kreeg kinderen. Toen ze gingen scheiden, veronderstelde Marit dat haar tijd nu gekomen was, dat ze zouden voortzetten wat eerder zo heftig begonnen was.
‘Wil je er eigenlijk vanmiddag bij zijn als ik het tweede gesprek heb met die sollicitant?’
‘Je durft toch wel zelf een beslissing te nemen?’
‘Natuurlijk, maar het lijkt me goed als jij erbij bent.’
Niels wist niet goed wat hij nog meer moest vragen. Jitka had deze keer een wat hoger gesloten truitje aan, maar leek bijna nog aantrekkelijker. Hij voelde zich kinderachtig en belachelijk: een man van tweeënveertig, gescheiden, twee kinderen, voor de tweede keer getrouwd, die zich op zo’n makkelijke, onvolwassen manier liet beïnvloeden.
‘Heb jij misschien nog vragen, Marit?’
‘Tja… ik zie hier op je cv dat je nu een kleine twee jaar bij Salomon bv zit. Daarvóór heb je amper een jaar bij Uniegros gewerkt. En dáárvoor een parttime baantje. Je bent tamelijk veranderlijk. Hoe lang ben je van plan het hier vol te houden? Ook zo kort?’
‘Mijn ambitie is om…’
Marit onderbrak haar. ‘We hebben er namelijk geen zin in om iemand in te werken, in feite op te leiden, als die binnen de kortste keren weer verdwenen is, misschien wel naar een concurrent.’
‘Dat is absoluut niet mijn bedoeling. Ik wil juist graag verder komen in de hotelwereld. Ik bedoel, het lijkt me een uitdaging om hier te werken, dat heb ik al aan meneer Hulzeboom verteld. Dat wil ik echt.’
Natuurlijk wil je het echt, ik geloof je, ik vertrouw je. Niels had het willen zeggen, maar hij hield zijn mond stijf dicht, terwijl hij Jitka bemoedigend probeerde aan te kijken.
‘Dat zegt natuurlijk iedereen tijdens een sollicitatiegesprek,’ zei Marit met vlakke stem. Niels kreeg de indruk dat ze haar best deed om argumenten te verzamelen waarmee ze Jitka kon afwijzen.
‘Als u het niet gelooft, dan kan ik er ook niks aan doen.’ Jitka rechtte haar rug. Het was alsof ze van plan was om op te staan en de kamer te verlaten. Wanneer jullie me niet willen, dan maar niet, leek ze zo te kennen te geven.
‘Het is geen kwestie van geloven of niet geloven. Ik reageer alleen op je cv en ik probeer duidelijk te maken hoe onze houding is tegenover sollicitanten en wat ons bedrijf nodig heeft. Begrijp je?’
‘Natuurlijk begrijp ik dat. Het is logisch. Uw eerste zorg is dit bedrijf, dit hotel, het vakantiepark, terwijl ik op dit moment op zoek ben naar een nieuwe, leuke baan. En ik denk dat ik die hier kan vinden. Dat de hotelwereld echt iets voor me is.’


 
Quotes
‘De spanning zit in het hoe, wanneer en waarom. En dat is ook in Weerzin precies waar Appel zijn vakmanschap kwijt kan.’
Boek

‘Een ijzersterke psychologische thriller!’
4 sterren in Flair

‘De plot zit, zoals vaak bij Appel, knap in elkaar.’
Trouw

‘De gebeurtenissen rond Niels, de jonge vrouw en de hoteleigenaresse leiden tot een verrassend eind van een boek dat staat als een huis.’
4 sterren in Algemeen Dagblad

'Prachtige navrante ontknoping'
VN's Detective & Thrillergids 2009